CREATE ACCOUNT

*

*

*

*

*

*

FORGOT YOUR PASSWORD?

*

Koereigers

 

EP-koereiger
EP-koereiger2

september 2014

Vogels hebben soms rare namen. Ik bedoel vaak zijn ze niet logisch of kloppen ze zelfs niet. Een heggenmus en een grasmus bijvoorbeeld zijn ondanks hun achternaam 'mus', helemaal geen familie van elkaar. Bovendien zijn ze in de verste verte geen familie van onze gewone huismus! En de blauwe reiger is helemaal niet blauw, maar grijs. In het Engels heet hij dan ook grey heron (grijze reiger).

Als er één vogelnaam is die wel goed gekozen werd, is het wel die van de koereiger. Dat is een kleine witte reiger, met in de broedtijd een gele kop en borst, die wel wat van vochtige gebieden houdt, maar helemaal niet aan waterpartijen of moerassen gebonden is. Koereigers zoeken hun voedsel soms op akkers maar het liefst tussen het vee. Dat wil zeggen, in de directe nabijheid van koeien, en ook wel bij paarden of bijvoorbeeld de Schotse Hooglanders. Bij vee zitten natuurlijk altijd wel grote insecten zoals dazen en vliegen die bloed willen zuigen of op de koeienplakken afkomen. En als die grote dieren door het gras lopen, doen ze allerlei beestjes opvliegen. Ook die zijn buit voor de koereigers. Ik begin hier over koereigers omdat er de afgelopen weken steeds enkele rond Den Hoorn te zien waren. In augustus waren er gedurende enkele weken 2 of 3 steeds in De Kuil te vinden bij de koeien van de familie Voorend, later in de maand zat er nog 1 exemplaar een aantal dagen nabij de Hoornderweg. Dat is bijzonder, maar het wordt langzamerhand steeds gewoner. De koereiger is van oorsprong een vogel van de landen rond de Middellandse Zee. Sinds de jaren zestig begint de soort zich naar het noorden uit te breiden. In 1968 broedde hij voor het eerst in het zuiden van Frankrijk. Ook in Nederland broedt hij nu zelfs al, hoewel maar met enkele paren. Voor het eerst was dat in 1998. Waarom zo'n soort zich zo uitbreidt is natuurlijk de vraag. We leerden op school al: 'alles is overal, maar het milieu selecteert'. Met andere woorden, als aan alle levensvoorwaarden van een soort wordt voldaan, is hij er ook. En kennelijk zijn de voorwaarden hier (nu) goed. Niet zo verwonderlijk natuurlijk, want er is grasland en vee genoeg in Nederland. Waarom was hij er vroeger dan niet? Dat kan aan vervolging en jacht liggen. Vroeger werd er, zeker in Frankrijk, op bijna alles geschoten wat er rond vloog en waren broedkolonies alles behalve veilig. Als de eerste nieuwkomers meteen al worden weg geschoten, kan een soort zich natuurlijk nooit uitbreiden! Dus de bescherming kan zeker een grote rol gespeeld hebben. De grote aantallen lepelaars tegenwoordig danken we mede aan het feit dat er langs de Franse kust tegenwoordig een keten van beschermde gebieden is gerealiseerd. Nieuwe gebieden ontdekken zit de koereiger overigens in het bloed. Het is een van de weinige vogelsoorten die in de jaren dertig van de vorige eeuw de Atlantische Oceaan heeft overgestoken om zich in Zuid- en Midden Amerika te vestigen. Ook in de Nieuwe Wereld breidt hij zijn broedgebied nog steeds uit. Daarbij wordt de soort geholpen door het in cultuur brengen en ontbossen van heel grote gebieden. Overal waar zich grootschalige veebedrijven vestigen, verschijnt ook de koereiger. Dat de koereiger daar opduikt, is dus eigenlijk geen goed teken. Hij doet dat op plekken waar de oorspronkelijke natuur is vernietigd. In die zin kan je hem een cultuurvolger noemen.

Ondertussen zijn wij wel blij met een waarneming van een paar koereigers op Texel. Die oorspronkelijke natuur is hier al vele, vele eeuwen geleden verdwenen. En misschien gaat de soort en ook de kleine en grote zilverreiger die afgelopen seizoen hier ook steeds rondvlogen, nog wel eens op Texel broeden. Dat zou in ieder geval een mooi succes van de vogelbescherming zijn!


Deze tekst verscheen eerder in dorpsblad De Hoornder. Met dank aan Adriaan en Sytske Dijksen (Foto Fitis) voor tekst en beeld.

 

TOP